Zelf een camper bouwen en de vraag waar de 230 volt vandaan komt

Foto van Yusuf Demir
Yusuf Demir

Contentontwikkelaar

Een lege bus op de oprit

Op de oprit van Sanne staat sinds vorig voorjaar een witte bestelbus die ze tweedehands kocht van een schilder. Ze woont in Beuningen, vlak bij de snelweg, en dat noemt ze zelf ideaal. Haar plan was simpel. Een bed achterin, een keukentje met spoelbak, een raam dat open kan, en in de zomer drie weken naar zee.

Het timmerwerk ging verrassend goed. Ze isoleerde met schapenwol, zette een frame van vurenhout neer en las zich grondig in over hoe je een dakluik inbouwt zonder dat het lekt. De elektra was het deel waar ze het langst omheen draaide. “Twaalf volt snapte ik nog wel,” zegt ze. “Een accu, een paar lampjes, een pompje voor de kraan. Maar ik wilde ook een stopcontact voor mijn föhn en de laptop, en daar ging het mis in mijn hoofd.”

Twee werelden in één bus

In een zelfbouwcamper zitten in feite twee installaties. De ene draait op twaalf volt uit de accu, de andere op 230 volt, en die laatste komt ofwel van een omvormer, ofwel van een walstroomkabel op de camping. Sanne had op een forum een schema gevonden waarin die twee bronnen allebei op dezelfde stopcontacten uitkwamen. Op papier zag het er logisch uit. In de praktijk kan zo’n opstelling de omvormer slopen of, erger, spanning terugzetten op de pinnen van de losgekoppelde walstroomstekker.

Haar buurman, die zelf jaren met een caravan reed, raadde haar aan iemand te laten meekijken voordat de wandpanelen erop gingen. Zo belde ze met Elektricien Beuningen. Op een grijze zaterdagochtend zaten ze samen in de laadruimte, de monteur met het schema op zijn knie, Sanne met koffie uit een thermoskan.

Wat er veranderde aan het plan

Het belangrijkste advies was een omvormer met een ingebouwde omschakeling, zodat er altijd maar één bron tegelijk op de 230 volt staat. Komt er walstroom binnen, dan schakelt het apparaat zelf over. Achter de blauwe CEE-inlaat aan de buitenkant kwam een klein kastje met een aardlekschakelaar van 30 milliampère en een automaat, net als in een huis. De metalen carrosserie werd meegenomen in de aarding, en de kabels kregen een dikte die past bij de stroom die erdoor gaat, ook op de korte stukjes. In de NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties, staat zelfs een apart deel voor caravans en campers, vertelde hij. Sanne had daar nog nooit van gehoord.

Wat hij nadrukkelijk niet deed, was haar het werk uit handen nemen. Ze trok zelf de lege kabels door de wanden, hij kwam aan het eind terug om de aansluitingen in het kastje te maken en alles door te meten. “Dat voelde goed,” zegt ze. “Ik weet nu waar elke draad loopt, en ik weet ook dat iemand anders ernaar gekeken heeft.”

Klaar voor de eerste rit

In augustus stond de bus drie weken op een camping aan zee. De föhn deed het, de laptop laadde, en op de warmste dag sloeg er niets af. Terug in Beuningen hangt de walstroomkabel opgerold in de schuur, naast de tuinslang. Thuis laadt ze de accu bij via een buitenstopcontact achter een aardlekschakelaar, dat ze voor de zekerheid ook liet nakijken door Elektricien Beuningen.

Haar advies aan andere zelfbouwers is nuchter. Bouw het bed en de keuken zoals je wilt, en schroef gerust zelf je kastjes in elkaar, maar laat de 230 volt beoordelen voordat de panelen dichtgaan. Achteraf een bus openschroeven omdat er ergens iets warm wordt, is geen vakantie. En de leukste kilometers maak je toch pas als je er niet meer over hoeft na te denken.

Tags en Categorieën: